De
nieuwe waterweg
“De
stormvloedkering in de Oosterschelde is gesloten. De Deltawerken zijn
voltooid.” Dit zei koningin Beatrix bij de oplevering van de
Oosterschelde-kering. Maar dit klopt niet. Toen moest de Nieuwe Waterweg nog
gebouwd worden, het laatste onderdeel van de Deltawerken.
De
nieuwe Waterweg was, net zoals de rest van de Deltawerken, een experiment.
Het was een grote uitdaging omdat er van twee kanten gevaar dreigde.
Enerzijds de dreiging uit zee en
anderzijds de dreiging van de afvoer van de Rijn. Deze factoren zijn beide
bepalend voor de waterstand.
Rijkswaterstaat
vond dat de kering aan verschillende eisen moesten voldoen. Namelijk:
·
Een
verlaging van de waterstand realiseren van tenminste 1,60 meter in Rotterdam
en 0,60 meter in Dordrecht.
·
Een
sluitingsfrequentie van één tot twee maal per tien jaar.
·
Een
levensduur van 100 jaar
·
Goed
en makkelijk te onderhouden.
·
Een
vrije doorgang voor de scheepvaart. De doorvaarthoogte en -breedte 360 meter
en doorvaartdiepte van 17 meter.
·
Een
optimale prijs/kwaliteitverhouding.
Er
werden verschillende ontwerpen ingestuurd maar het winnende ontwerp sprong
er door de volgende punten uit:
·
Onderhoud
is relatief makkelijk want het de armen liggen hoog en droog op de kant.
·
En
deze kering vindt geen nadeel van slibafzetting.
·
De
deuren drijven op water, met name dit laatste eigenschap is een goede
eigenschap. Immers water is altijd beschikbaar.
De werking van het winnende ontwerp
De
deuren staan in rustsituatie opgesteld in een betonnen parkeerdok. Om de
deur te kunnen droogzetten en te beschermen tegen aanvaringen van schepen,
wordt het dok afgesloten met een roldeur. Doordat de gehele kering zich in
rustsituatie hoog en droog op het land bevindt zijn, de
onderhoudswerkzaamheden eenvoudig uit te voeren. Wanneer voor Rotterdam een
waterstand voorspelt wordt van 3,20 NAP of hoger, gaat men over tot sluiting
over. Het Haven Coördinatiecentrum legt het scheepvaartverkeer op de Nieuwe
Waterweg stil. Vier uur vóór de
sluiting gaat er een waarschuwing uit naar de schepen. Twee uur daarna wordt
de scheepvaart gestremd. Schepen die in de omgeving onderweg zijn hebben dus
nog twee uur de tijd om de kering te passeren. Intussen heeft men de dokken
vol met water laten lopen, zodat de deuren zijn gaan drijven. Hierna worden
de dokdeuren geopend. Om de deur te sluiten zijn hierna twee bewegingen
nodig: een horizontale en een verticale beweging. De horizontale beweging
betreft het ‘in en
uitdraaien’ van de deuren. Als de deuren elkaar in het midden hebben
ontmoet volgt het afzinken. De deuren laten zichzelf vol water lopen door
luiken te open. Maar ze blijven een klein stukje van de drempel stilliggen.
Er ontstaat dan een sterke stroming onder de deuren door. Deze stroming
spoelt het slib van de drempel weg. En dan zakt hij vervolgens helemaal. Het
stijgen kan door middel van water uit de luiken te pompen in gang worden
gezet.

Figuur 1
De nieuwe waterweg en zijn onderdelen
Hoofdbrekers
Maar
ondanks dat het winnende ontwerp zo mooi leek waren er toch nog een aantal
hoofdbrekers. Belangrijk om te weten is dat voor het hele proces, van
ontwerp tot uitvoering, geldt: de zwakste schakel bepaalt de uiteindelijke
kwaliteit. Dit is een probleem dat steeds weer terug komt. Het grootste
probleem was niet de techniek maar de schaalvergroting; hoe zullen de
omvangrijke onderdelen zich afzonderlijk en samen gedragen?
Om
de rekenmodellen te bevestigen, werden
in Waterloopkundig Laboratorium in Marknesse schaalmodellen gemaakt. Als de
kering gesloten wordt, ligt hij nog maar aan 2 punten bevestigd.
Bij een bepaalde stroming-, golven- en hoogteverschillen werd de kering oncontroleerbaar. Door de vormgeving van de onderkant van het drijflichaam te veranderen werd hij weer stabiel. Eerst was het drijflichaam recht en hoekig. Nu is het drijflichaam schuin en er werden stabiliserende strippen aangebracht. Voor de rest zijn er geen noemenswaardige problemen voorgevallen.
Figuur 2
Opengewerkt ontwerp van de bolscharnier
Het bolscharnier
De
deuren moeten elk 35000 ton moeten kunnen dragen. Om dit te bereiken voor
iedere deur 15000 ton staal gebruikt. De
booglengte van elke deur is 210 meter en de hoogte 22 meter. De vakarmen
waren ieders 236 meter lang. Even een vergelijking maken met de beroemde
Eiffeltoren. Eén arm kan is net zo groot als de Eiffeltoren. En voor één
arm hebben ze twee keer zoveel staal gebruikt als voor de Eiffeltoren.
Deze
armen worden met het land verbonden door een scharnier. Dit scharnier was
een groot probleem omdat het drie kanten op moest kunnen bewegen.
Het
moest omhoog kunnen, naar beneden en op de golven kunnen schommelen. De
maximale hoekverdraaiing is:
·
in
horizontale richting 53,23º (in- en uitdraaien)
·
in
verticale richting 2,85º (afzinken)
over
de lengte-as van de vakwerkarm 0,3º (schommelen)
Van
zo’n bolscharnier was geen voorbeeld.
Het
scharnier van de deuren (ook wel sectordeuren genoemd) bestaat uit een
stalen bol met een diameter van 10 meter. De bol draait in een taatskom die
is opgenomen in een driehoekig betonblok: de scharnierfundatie. Dit
betonblok heeft een lengte van 67,50 meter (over de bissectrice), een
breedte van 72 meter en een hoogte van 10 meter boven NAP. De massa van dit
reusachtige ‘bouwwerk’ is maar liefst 52000 ton.
De
scharnierfundatie bestaat uit
twee gedeelten:
·
Het
taatsgedeelte
·
Caissongedeelte
In
het taatsgedeelte bevindt zich de bol, terwijl het caissongedeelte bestaat
uit een aantal loodrecht op elkaar staande, betonnen dwars- en langswanden
die elkaar kruisen. Deze wanden staan op een betonnen vloer, zodat twintig
grote caissons ontstaan. Deze caissons zijn later
gevuld met grond. Het taatsgedeelte bestaat uit een enorm betonnen
blok waarin de holle
scharnierruimte is uitgespaard. Dit blok is in één keer gestort. Het is
jammer dat het blok gegoten is, want nu kun je het staaltje vakmanwerk niet
meer zien.
De
stalen bol draait in tien gietstalen stoelen:
·
een
grote achterstoel
·
een
kleine voorstoel
·
acht
kleine stoelen
Figuur 3
De stoelen van de bolscharnieren
Figuur 4
De Eiffeltoren in vergelijking met een van de deuren
De
bol bestaat overeenkomstig uit een achterschaal, een voorschaal en een
tweedelige onderschaal. In de rustpositie liggen de achter-
en voorschaal naast de achter- en voorstoel. Tijdens het sluiten
schuiven ze in positie. De onderschaal rust op zes vijzels. Vlak voor een
sluiting zakken de vijzels, zodat de bol op de onderstoelen komen te liggen.
Door de opzet zijn de schalen en stoelen in rustsituatie voor onderhoud te
bereiken. De vijzels voorkomen eveneens dat de bol in rusttoestand (onder
invloed van bijvoorbeeld wind)
over de stoelen gaat schuren. Rond om deze hele constructie zit een kap heen
om stof en vuil buiten te houden.
Dit
alles moest met heel veel precisie gemaakt worden omdat er anders wrijving zou
kunnen ontstaan. Het scharnier werd gemaakt in Tsjechië. Daar staat de Skoda
fabriek. Skoda is één van de weinige bedrijven die 125 ton staal met zulke
precisie zoals de vereiste kan gieten.
De
doorsnede van de bol was 10 meter. Hij bestaat uit 650 ton. Maar de bol mocht
niet meer dan 2mm van zijn straal afwijken. En de holle en bolle delen mochten
zelfs maar 0,02 mm afwijking zijn. Daarom was het model van groot belang. In
het model wordt vloeibaar staal gegoten. Het staal is dan 1450 ºC. In het
model werd twee keer het uiteindelijke gewicht gegoten, dit werd gedaan om het
echt zuiver te maken. Na 2 a 3 weken werd het model eraf gehaald. Toen was het
nog steeds gloeiend heet.